Betoog Kees Duijvelaar bij de begroting 2021: "IJsselstein mag niet op slot!'

Voorzitter,

De vaststelling van de begroting is een belangrijk moment. Dan oefent de raad, krachtens artikel 189 Gemeentewet, zijn budgetrecht uit. Het krachtigste middel om een kader te stellen, waarbinnen de uitgaven van de gemeente gedaan en gecontroleerd kunnen worden. Volgens het tweede lid van artikel 189 moet de raad er op toezien dat de begroting meerjarig structureel en reëel in evenwicht is. De provinciale toezichthouder ziet het liefst dat de begroting van jaar tot jaar sluitend is.

Kan het onder de huidige omstandigheden nóg moeilijker zijn om tot een sluitende begroting te komen? Het Rijk geeft gemeenten onvoldoende financiële zekerheid. De kosten van de uitvoering van de Omgevingswet, van de Regionale Energiestrategie en van de Mobiliteitsagenda zijn nog niet bekend. En daar komen de financiële gevolgen van de Coronacrisis nog bovenop. 

De VVD-fractie heeft dan ook veel waardering voor de leesbare programmabegroting die nu voorligt. De voorstellen die aan het eind van het kadernota proces zijn aangenomen, zijn er ordelijk in verwerkt. Wij komen daar niet op terug; u hoeft van de VVD geen amendementen te verwachten. Voor 2021 stemmen wij in met de begroting die IJsselstein niet op slot zet maar wel waarschuwt voor de onzekere en  sombere vooruitzichten, waar de CU en andere partijen terecht op hebben gewezen.

Want, voorzitter: de komende jaren staan wij voor een groot dilemma. Enerzijds vragen die onzekere en sombere vooruitzichten, en onze toch al matige vermogenspositie, om een restrictief financieel beleid. Anderzijds willen wij IJsselstein niet op slot zetten. Wij willen blijven kijken, éérst naar wat IJsselstein, zijn inwoners en zijn ondernemers, nodig hebben. En dan moeten we kijken naar wat we daar voor moeten doen en kúnnen doen. Want niet alleen de financiële middelen zijn begrensd. Ook de efficiënte en effectieve inzet van personele capaciteit kent grenzen. We kunnen ambtenaren, medewerkers en vrijwilligers niet houden aan het onmogelijke.

Wij hebben begrepen dat de wethouder in het eerste kwartaal van 2021 komt met een lijstje met ombuigingsvoorstellen. Wij zien dat lijstje tegemoet als input voor behandeling van de voorjaarsnota en eventuele begrotingswijzigingen in 2021 en voor het kadernotaproces van 2022 en volgende jaren. De VVD-fractie vraagt het college, daar de raad zo vroeg mogelijk in te betrekken en de uitganspunten van financieel beleid aan te geven om die voorstellen te beoordelen. Wat ons daarbij voor ogen staat is allereerst, dat wij vasthouden aan de volgorde: 1. wat willen we bereiken, 2. Wat gaan we daar voor doen, en 3. Wat het mag kosten. Verder gelden voor de VVD nog steeds als belangrijke uitgangspunten: 


het profijtbeginsel; 

vervuilers en vandalen betalen; 

tarieven dekken de integrale kostprijs


Het lijkt ons niet goed, alleen te focussen op de weerstandsfactor. De weerstandsfactor is een streefgetal dat elke raad zelf subjectief vaststelt. Zoals eerder gesteld willen wij, voorafgaand aan de discussie over ombuigingen, met het college breder van gedachten wisselen over de uitgangspunten van ons financiële beleid en over de objectieve, vergelijkbare financiële ratio’s zoals die in het Besluit Begroting en Verantwoording, het BBV, worden gedefinieerd: de netto schuldquote, de solvabiliteit, grondexploitatie, belastingcapaciteit en de structurele exploitatieruimte.