Column: Wijkgericht werken als samenwerkingsverband, niet als 'moetje'

Tot mijn dieper gelegen drijfveren om politiek actief te worden, behoren mijn wensen om mee te praten en mee te luisteren. Om mee te denken en mee verantwoordelijkheid nemen. Om te horen en gehoord te worden.

Om de grote zaken te regelen hebben we dat in Nederland georganiseerd in ons democratische model. Het parlement, de Provinciale Staten en lokaal de Gemeenteraad. Daar beslissen we, de volksvertegenwoordigers, over waar we het beperkte geld aan uitgeven. Wij beslissen waar we de beperkte ruimte voor aanwenden. Wij beslissen welke vrijheden we op moeten geven om collectief in vrijheid te kunnen leven. Daarom worden wij gekozen en daarmee wordt iedereen min of meer gehoord waar het gaat om de toedeling van dat wat schaars is en binnen het collectieve domein valt.

In een ideale wereld... Want vaak gaan we als volksvertegenwoordigers, op elk niveau, veel te ver in de details waarover we beslissen. Mogelijk komt dat voort uit een collectieve angst om los te laten en anderen hun eigen vrijheid en verantwoordelijkheid te geven. Of de angst niet te scoren voor de eigen, beperkte achterban. Of wellicht is het gewoon gebrek aan vertrouwen in de burger. Terwijl die burger prima in staat is om de voetbalclub met 900 leden te leiden. Die burger sluit impactvolle contracten, zoals een hypotheek. Die burger neemt majeure beslissingen, elke dag weer. Over huizen huren of kopen. Over de opvoeding van kinderen. Over de besteding van het gezinsbudget. En in het overgrote merendeel van de gevallen gaat dat goed.

Dus wat als het over de eigen buurt gaat? Over de eigen woonomgeving? Om de eigen, schone of juist vervuilde omgeving? Als het gaat om het eigen welzijn in je eigen buurt?

In ons liberale wereldbeeld moet de overheid niet te ver gaan in het willen regelen. En tegelijk moet de overheid faciliteren dat vrijheid genoten en eigen verantwoordelijkheid genomen wordt. Juist op het niveau van de wijk. Omdat mensen in en over hun eigen woonomgeving ook willen horen en gehoord worden. Ook mee willen denken en mee verantwoordelijkheid willen nemen. Omdat mensen over hun eigen buurt ook willen meepraten en mee luisteren.

En dat nu beoogt wijkgericht werken te faciliteren. Het horen van en luisteren naar de bewoners. Ideeën van burgers betrekken in beleid en beleid interactief maken. Samen met de bewoners van buurten en wijken. En daar komt bij dat betrokken en gehoorde burgers het gehele, grote, democratische bestel opwaartse kracht geven. Oók daarom is wijkgericht werken belangrijk.

In IJsselstein blijken we niet altijd even goed in staat duurzaam vorm te geven aan wijkgericht werken. Zo concludeerde ook de Rekenkamer die onderzoek deed naar zo’n tien jaar wijkgericht werken. Op basis daarvan schreef het college een raadsvoorstel wat de adviezen uit dat rapport opvolgt.

De VVD heeft dat raadsvoorstel (dat unaniem werd aangenomen) van harte gesteund. Want daarin wordt al op veel onderdelen vorm gegeven aan het faciliteren van verantwoordelijkheid nemen, meepraten en gehoord worden. Tegelijk vonden we dat nog beter het tweerichtingsverkeer tussen de gemeente en de bewoners moest worden gewaarborgd. Dat juist de interactie en het borgen van wijkgericht werken in alle facetten van gemeentelijk beleid, nog beter kon. Daarom heeft de VVD samen met de ChristenUnie een amendement geschreven dat daarin voorziet. Een amendement dat door vrijwel alle andere partijen mee werd ondertekend en uiteindelijk unaniem door de raad is aangenomen. Een amendement dat een kader meegeeft voor toekomstige raadsvoorstellen: altijd moet daarin vanaf nu beschreven worden op welke wijze invulling is gegeven aan wijkgericht werken. Een instructie op hoofdlijnen dus. Zodat de uitvoerders van de gemeente samen met de bewoners van IJsselstein samen kunnen bepalen welke werkwijze voor welke situatie het beste is. Want als je écht gelooft in de scheppende kracht van IJsselstein, dan begin je niet met beperkende uitvoeringsinstructies te geven. Dat laat je dan over aan de uitvoering op het stadhuis en de betrokken burgers in de wijk. Dán wordt wijkgericht werken wat het belooft: een samenwerkingsverband in plaats van een “moetje”.